Kop Biografie

Julian Thomas
Someday

Voor je het weet is het zeven jaar later. Zeven jaar na je vorige album, zeven jaar waarin je hart en ziel in je liedjes hebt gestoken. Alles zelf geschreven, met minimale middelen opgenomen en zelf geproduceerd; Someday is niet zomaar Julian Thomas’ nieuwe album. Het is Julian Thomas’ leven dat zich ontvouwt. Hij zegt daarover: “Ik doe er gewoon lang over voor er een album is. Diep graven in de spelonken van mijn hoofd, en dan de wegen bewandelen die zijn aangelegd naar mijn hart, en vice versa. Dat gaat met de nodige hobbels en euforie. Maar de plaat is zoals hij moest zijn. Alles klopt precies.”

Succes is een relatief begrip voor Julian. Als zanger-pianist valt hij op tijdens talentenjachten, hij treedt in 2002 op met Jan Vayne en maakt zijn tv-debuut bij Ivo Niehe in 2004. Hij komt onder contract bij Sony BMG, maar heeft dan al twaalf jaar aan zijn debuutalbum gesleuteld. Dat Marco Borsato laat weten fan van hem te zijn en hem het eerste exemplaar overhandigt van dat debuut betekent heel veel voor Julian. Het komt tot een samenwerking tijdens Symphonica In Rosso in 2006, in hetzelfde jaar dat Julian het voorprogramma verzorgt van de theatertournee van Trijntje Oosterhuis.

In 2009 verschijnt Julians tweede album, 35 Some Months. De dan 34-jarige zanger zit middenin een succesvolle theatertournee met Motel Westcoast, een project waarin hij met collega-vocalisten Syb van der Ploeg, Edward Reekers en Mirjam Timmer Amerikaanse popklassiekers ten gehore brengt. Het is drummer Mark Eshuis die de eerste stap zet naar wat Someday zal worden. Mark drumt een partij in voor een van Julians nieuwe stukken, waarna Johannes Adema er een baspartij aan toevoegt. Het resultaat bevalt Julian zo goed, dat hij prompt besluit het heft in eigen hand te nemen: "Alles was er. Gevoel, inspiratie, het stemmetje dat zei dat ik het zelf moest doen. Allemaal."

Zowel zijn titelloze debuut als 35 Some Months zijn dure producties geweest maar laten bij Julian desondanks een onbevredigd gevoel achter. Hij trekt de conclusie dat hij ditmaal gerust op een andere manier te werk mag gaan. Zijn uitgangspunt: een album maken zonder budget. Hij start met een uiterst basale kennis van opnametechniek, maar bijt zich vast in de materie zoals hij dat kan: vol overgave. Gesteund door zijn management duikt Julian de diepte in, om zeven jaar later weer boven te komen.

De weg naar het twaalf liedjes tellende album was volgens Julian bezaaid met verdriet en geluk, met frustratie en openbaringen. "En met kilo's bizarre dingen." Hij heeft legio verhalen over zijn oude computer en tegenwerkende apparatuur, over opnames onder de meest onwaarschijnlijke omstandigheden bij hemzelf en bij vrienden thuis, over prachtresultaten met de goedkoopste spullen en de meest belabberde akoestiek, over merels en stadsbussen en ijzeren hekjes die verborgen liggen in sommige tracks, over zijn vijf kinderen die in de zeven jaar dat de opnames duurden er letterlijk en figuurlijk deel van werden.

"Ik studeerde me te pletter. Het is superingewikkelde materie die vraagt om jarenlange ervaring. Ik wist niks, hoezo zou ik dit dan kunnen? Maar goed, als ik daarnaar had geluisterd had ik ook nooit piano kunnen spelen. Dan had ik nooit een lamp op kunnen hangen op een wankel trapje met één hand, met kroonsteentje, met schroevendraaier, met nieuwe lamp in m’n bek, twee draadjes uit het plafond en ondertussen ook proberen de oude lamp op te vangen. Focus: deze lamp moet hangen. Het móet. En de lamp hing. Denk je dat ik niet achter mijn oren heb gekrabd na afloop? Tuurlijk wel. Maar je moet ruimte overhouden in je bol. Niet geloven in die voor de hand liggende 'kan niet', op basis van wat gegevens. Je moet gewoon toetsen. En willen."

Als Julian het heeft over "één hand", dan bedoelt hij dat letterlijk. Geboren met één hand omdat de navelstreng tijdens de zwangerschap zijn linkeronderarm afknelt; een pittig begin van een turbulente jeugd. Door zijn perfectionistische ouders uit huis geplaatst, ondergebracht bij een tante in Limburg, terug naar huis, botsingen, drama’s, depressie, verblijf in diverse internaten, psychotherapie. Het maakt dat hij geen artiest is die vrolijk overal het podium op springt. “Ik heb gelukkig iets gevonden naast die 26 letters die de communicatie thuis zo moeilijk hebben gemaakt: de 12 muzieknoten waarmee ik me goed kon uitdrukken. Dan zijn we bij de reden waarom ik muziek maak. Mijn pa had iets met woorden, maar ik wist: met woorden kom ik er niet. Ik heb dus mijn heil gevonden in muziek. Ik besefte: hier kan ik heel gedetailleerd graven naar wat ik bedoel. Dat heeft ermee te maken dat ik er vaak lang over doe voor ik iets klaar heb.”

Gospel en countrymuziek inspireren Julian in grote mate, maar in één adem noemt hij ook de tot in de puntjes geproduceerde muziek van Dirty Loops als voorbeeld in het creatieve proces. In Someday komt het allemaal samen. Over waarom juist deze twaalf liedjes het album vormen is hij verrassend kort: “De liedjes waar ik iets bij voel, die groeien. Die blijven over.” Het is de reden dat hij nauwelijks werk op de plank heeft liggen: "Kíes alsjeblieft wat er aan inspiratie en creativiteit binnenkomt. Je hebt de optie om kritisch te luisteren, te voelen of het wel allemaal echt superleuk is wat je verzint. Je moet je hart en creatieve binnenste wel voor het blok zetten en hard laten werken. Niet elke steen is een diamant."

"De beperking zit 'm niet in mijn hoeveelheid vingers, maar in de synapsen in m'n hoofd die soms niet de meest constructieve link kunnen leggen. Dat is mijn werk hier op aarde: de rotzooi in mijn hoofd slopen. Angsten wegwerken. Deurtjes instampen. Beperkingen ontbeperken. Ik heb daarvoor een focuspunt nodig. In het geval van dit derde album was dat een visie, een doel hoe iets moest klinken. Was het resultaat niet zoals ik wenste, dan moest dat opgelost worden. Altijd één duidelijk hoofddoel: Het moet. Ik wil het. Meer niet.”